Opleidingen
Welke opleidingen?
Als dienst kan je jongeren en volwassenen opleiden die kiezen voor een duale opleiding. Het kan gaan om een opleiding polyvalent administratief ondersteuner, verzorgende/zorgkundige duaal …
Het is vooral belangrijk dat er voldoende overeenstemming is tussen de opleiding die de lerende volgt en de activiteiten die op de werkplek worden aangeleerd. De mentor die je aanstelt, oefent in principe de functie uit waarvoor de lerende wordt opgeleid.
De opleiding verzorgende/zorgkundige duaal
Hoe lang duurt de opleiding
De opleiding verzorgende/zorgkundige duaal start tussen 1 en 30 september en duurt 10 maanden. Tijdens deze 10 maanden doet elke leerling ervaring op in minstens twee van de volgende drie gebieden: residentiële ouderenzorg, ziekenhuizen en thuiszorg.
Duaal leren in twee werkcomponenten
De jongere is gemiddeld twintig uur per week op de werkvloer en volgt het werkschema van een contractuele medewerker. De jongere doet werkervaring op in twee van de volgende drie gebieden: residentiële ouderenzorg, ziekenhuizen en thuiszorg:
- De jongere start steeds in de residentiële ouderenzorg of een ziekenhuis en dit gedurende minimaal vijf maanden en maximaal zeven maanden.
- Daarna gaat de jongere aan de slag bij een werkplek in de thuiszorg. Elke leerling doet daar minimaal drie maanden en maximaal vijf maanden werkervaring op.
Onder de 'setting thuiszorg' wordt begrepen:
- Thuisverpleging (bij een zelfstandige thuisverpleging is het belangrijk dat er voldoende tijd en ruimte is om de jongere op een goede manier te begeleiden).
- Diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg
- Centra voor kortverblijf
- Centra voor dagverzorging
- Centra voor herstelverblijf
Voor de werkcomponent gezinszorg werken we met een centraal aanmeldingssysteem om jongeren een duale werkplek te geven bij een dienst voor gezinszorg.
De invulling van de werkplekcomponent bij een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg
Door de onderwijsvernieuwing krijgen leerlingen pas op het einde van de derde graad de beroepskwalificatie verzorgende/zorgkundige.
Hierdoor kan de student geen inschrijvingsnummer ontvangen. Hoewel een stagiair geen inschrijvingsnummer nodig heeft om stage te lopen binnen de gezinszorg, is het nummer wel belangrijk bij het aanvragen van subsidies voor studenten duaal leren.
Diensten voor gezinszorg kunnen vanaf nu buiten Vesta subsidies aanvragen voor hun studenten met een Overeenkomst Alternerende Opleiding (OAO).
De subsidie moet vanaf nu worden aangevraagd via een webformulier, op een gelijkaardige manier als voor studenten zij-instroom.
Wat verandert er?
De diensten voor gezinszorg bezorgen aan de administratie jaarlijks vóór 1 mei
- per leerling duaal leren en
- per regionale stad
de volgende informatie:
- het totale aantal gepresteerde uren tijdens het voorbije jaar,
- de begin- en einddatum van de OAO.
Het aantal gepresteerde uren dat voor subsidiëring in aanmerking komt, is beperkt tot een maximum van gemiddeld 18 uur per begonnen maand van de OAO.
De begeleiding van de jongere bij een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg
1. Introductie en onthaal
Op de eerste werkdag of voor de start van het werkplekleren wordt de jongere onthaald op de dienst zelf om de structuur van de organisatie en het werkplekleren uit te leggen. Op de eerste dag krijgt de jongere informatie over de cliënten. Daarna vertrekt de jongere samen met de mentor om cliënten te bezoeken.
2. Werkplekleren onder begeleiding van de mentor
De tijd die de jongere onder toezicht werkt, hangt af van de tijd die de jongere nodig heeft om de competenties aan te leren vooraleer hij zelfstandig naar de werkplek gaat. Deze periode bedraagt bij aanvang minimaal tien dagen tijdens de eerste maand van tewerkstelling maar kan verlengd worden.
Als de evaluatie na de eerste maand werkplekleren positief is, gaat de jongere onder verwijderd toezicht naar de werkplek. Deze evaluatie gebeurt met de verschillende betrokken partijen.
Na de aanvangsperiode komt er een document positieve evaluatie in het dossier van de jongere. Indien er geen positieve evaluatie gegeven wordt, wordt dit gemotiveerd in een verslag. Het werkplekleren onder toezicht van de mentor wordt dan verlengd voor een bepaalde periode. Na die periode wordt opnieuw een evaluatiemoment ingelast. Pas na een positieve evaluatie wordt naar een volgende fase overgestapt.
3. Werkplekleren onder verwijderd toezicht
Tijdens dit deel van het werkplekleren gaat de jongere alleen naar de cliënten en voert de opdrachten uit. Tijdens deze periode volgt de mentor de jongere verder op en worden er wekelijks feedbackmomenten ingebouwd. Deze feedbackmomenten verlopen via mail, telefonisch, in een persoonlijk gesprek of gekoppeld aan een wijkwerking. De wijze waarop wordt door de betrokken dienst bepaald. Het is mogelijk dat tijdens deze periode toch nog momenten worden ingelast onder begeleiding van de mentor om bijsturingen te doen op de werkvloer. De mentor loopt mee, indien dit vereist is.
Interesse? Ontdek welke school in jouw buurt een duale opleiding aanbiedt. De school kan jou in contact brengen met geïnteresseerde jongeren.